23/02/2011

 

De terugkeer

Van onze medebroeder die elke zondag naar de gevangenis gaat vernemen we dat daar zowat 120 jongeren opgesloten zitten. Zelfs de directeur van de gevangenis begrijpt niet waarom ze daar zijn. Volgens diezelfde medebroeder is de Monusco (Verenigde Naties in Kongo) tussengekomen om die jongeren vrij te laten, zeggend dat op straat leven geen misdaad is.
Op zondag 20 februari 2011 kwamen de eerste vrijgelatenen aan in de stad. Twee ervan kwamen naar Bakanja-Ville. Een was er erg aan toe. Hij was fel vermagerd en had hevige buikkrampen.
Een jonge man van 24 jaar zien wenen als een kind was wel een choc!!! We hebben hem onmiddellijk geholpen. Enkele dagen later kwam hij ons weer bezoeken om te vragen of we hem geen vast werk konden vinden, zelfs buiten Lubumbashi. Ons tewerkstellingsbureau zoekt voor hem een werk op een hoeve.

21/02/2011

 

Bijna een voetbalploeg

Onze sociale assistenten hadden een groep kleinen van tussen 6 en12 jaar bemerkt op de houtskoolmarkt. Zij raapten de brokken op die bij het op- en afladen van de camions op de grond vielen. Een boogscheut verder gingen ze die verkopen.
Ze hebben zich bij de groep gevoegd, en inderdaad, ‘t waren allemaal kinderen van de straat. Ze hebben hen gesproken over studeren, over hun familie, enz. Ingaande op hun interesse, en met het doel hen wat te testen, legden ze een ontmoeting vast op twee dagen later. De groep was op de afspraak. Ze hadden nog twee andere vrienden meegebracht die ook benieuwd waren naar die heren die hen zouden helpen om hen terug in familie te brengen.
Het werk bij zulke jongens heeft ons geleerd dat zij veelal de straat willen verlaten, maar dat de eerste stap niet zo gemakkelijk is. Geduld is dus ons ordewoord.
De volgende afspraak was voor drie dagen later aan de rivier waar ze hun toilet deden. Bij de aankomst van de sociale assistenten waren slechts twee jongens aanwezig. De anderen zouden komen : « Ze zijn kleren gaan kopen » zo stelden ze de assistenten gerust. En inderdaad, een uur later was daar en groep van 10 jongens. De meesten hadden zelfs hun haar goed verzorgd. “We willen netjes zijn daar waar we heengaan,” zegden ze. De assistent telefoneert: “We hadden voorzien voor zeven; mogen we komen met 10?” – Geen probleem, waar plaats is voor zeven is er ook plaats voor 10. Laat ze maar komen.
De eerste uren voelden ze zich wat onwennig. Maar na het avondeten was het ijs gebroken.
Nu begint het feitelijke werk! Een onderhoud met elk kind om zijn persoonlijke situatie te begrijpen. Om hen vaste voet te doen krijgen in die volgende etappe hebben we besloten ze elke dag ter plekke twee uur alfabetisatie te geven. Zo gaat stap voor stap het werk van de heropname verder.

6/02/2011

 

Bezorgdheid om de kinderen van de straat

Zondag, 6 februari 2011. Een in lompen geklede jongen meldt zich bij ons aan. Hij vertelt dat hij werd opgepikt door de ‘ordedienst’, die zijn kleren kapot sneden met scheermesjes, om hem dan naar het ‘staats centrum’ te brengen. Daar wist hij te ontvluchten om zijn toevlucht te zoeken bij Bakanja-Ville. Naar zijn zeggen was zijn enige fout geslenterd te hebben rond de markt.

Bij het zien van die vernederende acties tegenover de kinderen, hebben wij besloten nog meer aanwezig te zijn op straat. Onze sociale assistenten doen tweemaal per week ‘s morgens de ronde van de stad om contact aan te knopen met de jongeren die langs de straten slenteren. Ons eerste doel is hen bewust te maken van het gevaar dat verbonden is aan het slenteren in de straten. Onze eerste rondrit was al een succes: twee jongeren lieten zich overtuigen bij Bakaja-Ville langs te komen. Beiden waren nog niet zolang op straat. De ene ging families opzoeken waar een sterfgeval was, om te kunnen eten samen met de rouwende familie. De tweede was zopas met de trein uit Kasai toegekomen. Hij was zeer ontgoocheld. Een vriend had hem een soort ‘luilekkerland’ beloof in de stad Lubumbashi. De werkelijkheid was veel harder! Nu wil hij zo vlug mogelijk weer naar zijn thuis in de Kasai. Nu zoeken we wat we voor hen kunnen doen.
Dit succes bij hun eerste rondrit was voor onze sociale assistenten een hart onder de riem. We hopen dat de Staat ons laat doen want tenslotte hebben we hetzelfde doel:
Zo weinig mogelijk kinderen op straat te zien slenteren. Alleen de benaderingsmethode verschilt.

This page is powered by Blogger. Isn't yours?

Aanmelden bij Reacties [Atom]