30/12/2010

 

Nieuwsbrief

Goede Vrienden, beste Weldoeners en familie,

Een hartelijke groet vanuit Kongo waar wij, een kloppend hart proberen te zijn voor de kinderen die hier komen aankloppen.
Eerst een woordje van dank aan al diegenen die ons werk blijven steunen. Wees er van overtuigd dat wij hier verder doen met de opvang van de straatkinderen.
Zoals jullie zich nog herinneren, had de Staat hier alle kinderen opgesloten. Uiteindelijk is gebleken dat zij geen opvoedingsproject hadden voor deze jongeren. Hun actie heeft niet veel uit gehaald. Zelf hebben wij een aantal keren aangedrongen bij het Ministerie van Sociale Zaken om ons weer de mogelijkheid te geven de jongeren van de straat op te vangen. Maar het is moeilijk voor politiekers hun onkunde toe te geven. We kregen geen toelating om het ‘openvluchthuis’ terug te laten werken zoals vroeger.

De Staat had er geen rekening mee gehouden dat de Salesianen van Don Bosco creatief genoeg zijn om die ‘neen’ te omzeilen. Het vluchthuis is nu een half gesloten internaat geworden voor de kinderen van de straat. De kinderen die nu komen aankloppen worden tijdens de dag naar onze school gebracht en krijgen nu eten in het centrum. Maar de fundamentele doelstellingen zijn bewaard gebleven, namelijk de familiebanden van de straatkinderen weer aanhalen en proberen tot een familiehereniging te komen. Zo hebben we vorig jaar 35 jongeren terug naar hun familie kunnen brengen. Een twintigtal werden in een echt internaat opgenomen, en kunnen zo iedere dag school lopen. Voor deze laatste groep was de familie nog niet bereid hun kind, dat de straat wilde verlaten, weer op te nemen.
Op het einde van het vorig schooljaar was het vluchthuis dus weer leeg. We zijn op zoek gegaan om met een nieuwe groep te starten. Tijdens onze nachtelijke tochten in de stad was het ons opgevallen dat er in een container die voor een onderneming stond een grote groep jongens sliepen. Onze sociale assistenten zijn de container ingekropen en hebben de groep uitgenodigd bij ons te komen slapen en eventueel in de maand september school te lopen. De afspraak was dat die dag de deur voor hen open stond, en dus dat diegenen die wilden ingaan op ons voorstel welkom waren. Tegen de middag was de hele groep present. Voor ons kon een nieuw avontuur beginnen. Het waren geen engeltjes die we binnen haalden. Een groot deel van die groep waren druggebruikers. De leeftijd varieerde van 7 tot 17 jaar. De eerste weken waren we heel soepel in de aanpak. We wisten bijvoorbeeld dat ze nog hennep rookten op de toiletten, enz. Beetje per beetje hebben we samen met de groep de krijtlijnen uitgetekend om stilaan de oude gewoontes achter zich te laten. In de loop van de vakantie zijn er 5 jongens van de groep afgevallen. De lokroep van de vrijheid was te groot. Met de 24 anderen doen we verder. Een aantal nieuwe jongens sloten zich bij de groep aan, waaronder jongens die al zes jaar op de straat leefden. Van al de jongens afkomstig van Lubumbashi zijn we de families gaan opzoeken. Een aantal is al terug in de familie. De anderen gaan al eens een zaterdag- of een zondagnamiddag naar huis, om zo stapsgewijs de familiebanden weer aan te halen.
Om de aantrekkingskracht van de straat te verminderen zorgden we voor toffe activiteiten. Zo hadden we het geluk twee Belgische meisjes in ons midden te hebben die sterk waren in circustechnieken en tekenen. Gedurende twee weken hebben onze gasten kunnen oefenen in allerlei technieken en waren ze in staat om voor een klein publiek hun eerste optreden te verzorgen. Een heel mooie ervaring voor de jongens. Dat kwam vooral tot uiting op het afscheidsfeestje: de cadeautjes en de bedankingswoordjes door de verantwoordelijken waren gedaan. Opeens steekt één van onze ‘zware’ jongens zijn hand op. “Ik heb ook nog wat te zeggen! ”Hij stond op en zei: “Dit waren de twee mooiste weken uit mijn leven! Bedankt!” en hij ging terug zitten. Natuurlijk algemeen applaus! Maar dat toonde aan dat er bij deze stoere bonk wat los was geweekt. Voor ons was het een aanmoediging verder te gaan met dit soort activiteiten.

Regelmatig krijgen we ook de vraag, maar haalt dat allemaal wel wat uit om in dit soort jeugd te investeren.

Het verhaal van Cedrick:
Twee weken geleden, tegen de avond, komt er een jonge man binnen in het vluchthuis. Hij komt goede dag zeggen. “Ken je mij niet meer?” – “Het spijt me, neen hoor.” – “Nochtans heb ik hier twee jaar doorgebracht in 1999..” Ondertussen zijn hier ongeveer 4000 jongens langs geweest. - “Ik zat op straat omdat de tweede vrouw van mijn vader me beschouwde als een heksenkind. Maar dank zij jullie heb ik school kunnen lopen in Bakanja Centre en had ik het getuigschrift van de lagere school op zak. Met de hulp van de sociale assistenten ben ik terug naar huis kunnen gaan, en heb ik mijn college op vier jaar tijd kunnen afmaken, in de plaats van op 6 jaar. En nu zit ik in het tweede Graduaat Psychologie aan de universiteit hier in Lubumbashi. En nu ik kom eens langs om te zien hoe het hier is in het vluchthuis en als ik iets kan doen voor het huis dan ben ik daar graag toe bereid.”
We stelden hem onmiddellijk voor een getuigenis te komen geven voor onze jongens en hen aan te moedigen vol te houden in de studies die ze begonnen zijn, en hen op het hart te drukken dat ook zij een toekomst hebben in de gemeenschap. Uit het gesprek bleek ook nog dat Cedrick zich op sociaal vlak in de universitaire parochie inzette.
Goede vrienden, wij proberen hier jonge mensen een duwtje in de rug te geven opdat ze groot mogen worden in de brede betekenis van het woord. We leren hen niet alleen een beroep aan, maar geven hen ook een aantal waarden mee die hen helpen in de samenleving hun verantwoordelijkheid op te nemen.
Die wondermooie opvoeding is maar mogelijk door jullie steun.
In naam van onze opvoeders en van onze jongeren, “dank” dat jullie ons verder willen helpen.

Reacties:

Een reactie posten

Aanmelden bij Reacties posten [Atom]





<< Homepage

This page is powered by Blogger. Isn't yours?

Aanmelden bij Reacties [Atom]