13/09/2008

 

Een getuigenis !

Oeuvre Maman Marguerite (OMM)
Piet Convents

Eén van hart Jaargang 3/2008

Een dak, een thuis, een toekomst!

Moeder Margareta is al jaren weduwe en woont nog alleen in haar huisje in Becchi, een klein Noord-Italiaans dorpje. Ze wordt langzaam oud, heeft recht op wat rust. Maar dat gunt ze zich niet. Ze gaat haar zoon achterna naar de grootstad Turijn. Die zoon, Jan Bosco, is priester en probeert daar – midden in de 19.e – straatkinderen een dak , een tuis, een school, een beroep… een nieuwe toekomst te geven. Zij gaat bij hem inwonen om voor zijn kinderen een moeder te worden: eten koken, een bad klaarmaken, klederen verstellen, genegenheid geven, …mama zijn.
Kan je een betere naam vinden voor de grote koepel van 14 huizen (gegroeid vanuit de congregatie van de salesianen van Don Bosco en in samenwerking met andere kloostergemeenschappen van Spaanse en van Franse zusters) die zich vandaag in Lubumbashi en omgeving in hechte samenwerking engageren voor de straatkinderen?

Stel je voor: je bent een straatkind. Vaak omwille van armoede ben je het huis uitgedreven, de straat op. Soms word je een heksenkind genoemd: je bent de oorzaak van de dood van een familielid door jou betoverd, het mislukken van de oogst of een ander onheil dat de familie overkwam. In andere gevallen lukt het tuis niet meer of ben je weggelopen. Je doolt wat rond, word lid van een bende. Je krijgt dus wat bescherming maar je moet ook mee instaan voor het overleven van de groep: je brengt geld voor eten en overleven in. Je probeert hier en daar klusjes te vinden: een vracht sjouwen, een auto bewaken, een marktstal vegen, schoenen poetsen… ‘s Nachts slaap je op straat. Met je groep. Hier en daar is er iemand die een oogje in het zeil houdt: een nachtwaker dult jullie in zijn buurt. Soms jagen andere nachtwakers, de politie of security-mannen – indrukwekkend met hun machinegeweer aan hun zij – jullie weg. Zetten je soms in de brousse af. Dat wordt dan een dag stappen om terug je plaats in de stad te veroveren.

Er zijn nog anderen die omkijken naar die straatkinderen. Zo zijn er paters salesianen die elke vrijdagnacht hun toer in de stad doen om die kinderen op te zoeken; ‘de paters doen de straat’! Om een praatje te slaan en om uit te nodigen naar het opvangtehuis te komen. Die straatjongens hebben dus al van Bakanja Ville of, voor de meisjes, van Katimel gehoord. Ze kunnen er altijd naar toe komen. Het is een open opvanghuis. Je komt en gaat, zoals je wilt. Je kan er een bad nemen, je eigen potje koken, sporten en spelen, tv kijken, soms wat rudimentair leren. Je kan er zelfs blijven slapen. Regelmatig wordt er zeep bedeeld. Enkele dingen van op de straat kunnen er niet: drugs, alcohol, vechten, stelen… En: je moet wel zelf je eten en gerief om het vuur te maken meebrengen; het vuurstel en een kookpot staan wel ter beschikking. Ook voorzie je een karton als je niet op de blote grond wil slapen. Want ja, het straatleven is hard en het mag niet zijn dat de luxe van een opvanghuis je langer op straat houdt. Daarom willen ze het je niet te gemakkelijk maken! Je moet je eigen weggaan. En als je echt wil, kan je om meer vragen. Maar bewijs dan maar dat je echt wil!
Tegen die tijd is er al een vertrouwensband gesmeed, heeft de sociale werker al een plaatje van je situatie gemaakt en uitgevist of dat plaatje klopt met het plaatje van de familie. Er wordt ook gekeken of terugkeer naar de familie misschien mogelijk is. Want dat blijft het uiteindelijke doel. Die stap terug is niet altijd gemakkelijk. Soms blijft het kind niet welkom. Dat terug lijmen van een straatkind aan de familie kan soms jaren duren, vaak tot na de gratis studies. En het kind dus minder een last of kost zal zijn.

Een jongen die de vraag stelt en het echt meent, kan doorgroeien naar Bakanja Centre. Een internaat met lagere school iets buiten de stad. Daar leven permanent een tachtig gasten, naar school gaan er een bijna 250. Er zijn 6 klassen lagere school, een aanpassingsklas voor de wat ouderen en een klas voor het individueel begeleiden van leerlingen met moeilijkheden. Leren lezen en schrijven is belangrijk. Anders ban je sowieso minder waard. Mar lezen en schrijven, in een klas zitten, luisteren naar de meester, huiswerk maken, vechten met stylo en papier… dat valt niet mee. Zeker niet als je wat achterstand hebt, als je jaren een vrijbuiter was, een vechter, een zakkenroller, een kei in overleven… een kind van de straat.

Die school is laagdrempelig: er is geen schoolgeld, de lessen zijn gratis en er is geen duur uniform. En wie ondertussen al opnieuw naar huis mag, kan gratis blijven schoollopen. Als je wat verder weg woont, krijg je zelfs een fiets. Dan kan je naar school gaan en tuis wonen, bijeen, blijven fietsen! En als je lang volhoudt hangt er nog een paar nieuwe schoenen aan vast; ook dat zijn dingen die de motivatie aanwakkeren!
Later kan je nog verder. Naar een bescheiden beroepsopleiding voor de een, naar de echte beroepsschool voor wie in het ingangsexamen slaagt. Beide werkingen liggen op hetzelfde uitgestrekte terrein. Het ene kreeg de naam Magone, naar een leerling van Don Bosco. De school is bekend onder de naam Cité des Jeunes. Ook daar kan gewoond en geleerd worden. Er zijn nog een reeks andere huizen, opleidingscentra, gezinsvervangende huizen, die onder de vleugels van “Oeuvre Maman Marguerite” (OMM) werken, dezelfde filosofie hanteren en deelfacetten van het groter geheel aansnijden. Ze hier allemaal opnoemen is teveel. De website van Mutoto (
http://www.mutoto.be/) - mutoto is swahili, betekent ‘kind’ – vertelt er alles over.
Op de terugweg van de taxibushalte Apollo, op een kwartiertje van ons huis en op de Boulevard Don Bosco, passeren we een resem winkeltjes en ateliers. In één ervan word ik mee binnen gevraagd. We stappen binnen in de wereld van een kleine coöperatie. Het zijn 4 oud-leerlingen van Magone, ze runnen een schoenwerkplaats. Nieuwe schoenen maken en schoenen lappen, dat kunnen ze als de besten. Wanneer ze na hun afstuderen met vier een zaak willen opstarten, krijgen ze een ondersteuning van Magone, tot de machines toe. Zolang de samenwerking duurt, kunnen de machines blijven staan, is hun toekomst verzekerd. De sociaal-assistant komt nog af en toe langs. Ondersteunen, aanmoedigen. Ze hebben de kans gegrepen. Na een lange tocht hebben ze een dak, een tuis en een toekomst.

Reacties:

Een reactie posten

Aanmelden bij Reacties posten [Atom]





<< Homepage

This page is powered by Blogger. Isn't yours?

Aanmelden bij Reacties [Atom]